Joop Stierhout (1011) kon met treffende portretten vanaf het begin van z’n carrière voldoende opdrachten krijgen om zich geheel aan de schilderkunst te kunnen wijden. Na de kunstacademie in zijn geboorteplaats Arnhem vestigde Stierhout zich in Amsterdam. In de periode voor de Tweede Wereldoorlog schilderde hij vaak landschapstaferelen in het Gooi en de Vechtstreek. De oorlog belette hem echter op kunstreis te gaan.

Na de oorlog gaat hij niet met de populariteit van het modernisme mee, maar legt zich toe op traditioneel vakmanschap bij stadsgezichten, portretten en bloemstillevens. Vanaf de tachtiger jaren krijgen zijn stadsgezichten een lichter coloriet na een verblijf in de Franse Provence.

Voor zijn religieuze voorstelling ‘Hagar en Ismaël’ (collectie museum voor religieuze kunst te Uden) kreeg hij in 1938 een nominatie voor de Prix de Rome.
Stierhout’s coloristischt en oprechte stijl sluit aan op de Franse impressionisten vanaf Monet, Bonnard en Marquet. In de nieuwste ontwikkelingen die ook in Nederland floreren kan hij zich niet vinden, zijn werk sluit eerder aan op kunstenaars als Breitner, Israëls en Jan Sluyters.
Hij exposeerde in den Haag, Stedelijk Museum Amsterdam, Kunstzaal Buffa, Grand Hotel Krasnapolsky, Hotel de l’Europe, etc. (bron: wikipedia, joopstierhout.nl)

Stierhout, Amsterdam, Grachten, Boten